De komende maanden publiceert Pien Hoogenboom een aantal artikelen over de Vertrouwenspersoon. Deze artikelen zijn gemaakt in samenwerking met Meike Versluijs. Meike verzorgt sinds 2025 informatiebijeenkomsten voor de basisopleiding Vertrouwenspersoon bij The Lime Tree.

Pien Hoogenboom – 5 juni 2026

Organisaties krijgen steeds vaker te maken met meldingen over grensoverschrijdend gedrag, integriteitskwesties of spanningen op de werkvloer. De ondersteuning van melders is doorgaans goed ingebed: er zijn protocollen, duidelijke procedures en het begeleiden van melders vormt een belangrijk onderdeel van de basisopleiding tot vertrouwenspersoon. Tegelijkertijd is er binnen dit soort trajecten nog een kwetsbare positie: die van de beschuldigde. Ook deze persoon kan te maken krijgen met onzekerheid, stress en reputatieschade. Het is een ingrijpend proces waarvan de uitkomst grote gevolgen kan hebben.

Afbakening rollen

Voor sommige professionals voelt een dubbele rol principieel onjuist. De gedachte is dat een vertrouwenspersoon al door deze dubbele positie onvoldoende onafhankelijk of veilig kan aanvoelen voor melders. Aan de andere kant zijn er ook vertrouwenspersonen met een meer pragmatische blik. Ook beschuldigden kunnen behoefte hebben aan opvang, uitleg en iemand die helpt de zorgvuldigheid van het proces te bewaken.

De rol van een vertrouwenspersoon draait in de basis om opvang, begeleiding en het bieden van een veilige plek om een situatie bespreekbaar te maken.

Het eerste gesprek begint meestal niet met oplossingen, maar met ruimte om het verhaal te vertellen zonder direct beoordeeld te worden. Vanuit die basis helpt een vertrouwenspersoon iemand om overzicht te krijgen in de situatie en de mogelijke routes die er zijn. De verantwoordelijkheid voor keuzes en vervolgstappen blijft altijd bij de medewerker zelf.

Een vertrouwenspersoon neemt het proces niet over en stuurt niet op een bepaalde uitkomst. Het gaat om professioneel begeleiden, zonder de regie over te nemen of partij te worden. Vertrouwelijkheid speelt daarin een centrale rol: medewerkers moeten erop kunnen vertrouwen dat wat zij bespreken niet zomaar verder wordt gedeeld.

De discussie: melder en beschuldigde begeleiden, kan dat samengaan?

De gevoeligheid van deze discussie raakt aan belangrijke onderdelen van het vertrouwenswerk: vertrouwen, onafhankelijkheid en de ervaren veiligheid. Ook wanneer het gaat om verschillende casussen, kan het idee dat één vertrouwenspersoon zowel melders als beschuldigden begeleidt vragen oproepen over rolzuiverheid, onpartijdigheid en de perceptie van veiligheid binnen de organisatie.

Die zorgen zijn begrijpelijk en verdienen serieuze aandacht. Vertrouwen is de basis van het werk van een vertrouwenspersoon. Zodra medewerkers twijfelen aan veiligheid, onafhankelijkheid of vertrouwelijkheid, kan die basis onder druk komen te staan. Tegelijkertijd laat de praktijk vaak een genuanceerder beeld zien. Een professionele en ervaren vertrouwenspersoon werkt niet vóór een bepaalde partij, maar ten dienste van een zorgvuldig proces.

De rol draait niet om schuld of onschuld, maar om opvang, duidelijkheid en ondersteuning.

Binnen een organisatie kunnen verschillende medewerkers op verschillende momenten behoefte hebben aan die ondersteuning, zowel melders als beschuldigden. Mits één grens altijd helder blijft: een vertrouwenspersoon begeleidt nooit beide partijen binnen dezelfde casus.

Juist omdat een vertrouwenspersoon bekend is met de dynamiek van meldingen, onderzoeken en klachtenprocedures, kan die kennis bijdragen aan rust en zorgvuldigheid aan beide kanten van het proces. Een melder kan geholpen worden bij het vinden van veiligheid en regie, terwijl een beschuldigde ondersteuning kan krijgen bij het omgaan met onzekerheid, procedurele vragen en de impact van een melding.

De kernvraag is daarom niet alleen óf het kan, maar vooral: onder welke voorwaarden kan het professioneel, zorgvuldig en veilig worden georganiseerd?

Wanneer is de dubbele rol verantwoord?

Op basis van de praktijk en de aard van het vertrouwenswerk zijn er een aantal voorwaarden te benoemen waaronder het begeleiden van zowel melders als beschuldigden verantwoord kan zijn:

  • Nooit binnen dezelfde casus. Een vertrouwenspersoon begeleidt nooit beide partijen in hetzelfde conflict of dezelfde melding.
  • Voldoende ervaring. De vertrouwenspersoon heeft aantoonbare ervaring met beide rollen en begrijpt de specifieke kwetsbaarheid van elk perspectief.
  • Kennis van procedures. De vertrouwenspersoon kent de routes binnen de organisatie: hoe meld- en klachtenprocedures zijn ingericht, welke rol HR of leidinggevenden spelen, wanneer een klachtencommissie betrokken raakt en welke verplichtingen een werkgever heeft.
  • De juiste opleiding. Vertrouwenswerk is een vak en vraagt om specifieke competenties die verder gaan dan empathie of betrokkenheid alleen.
  • Voortdurende zelfreflectie en deskundigheidsbevordering. Scholing, intervisie en supervisie zijn geen aanvulling op het werk, maar een essentieel onderdeel ervan.

Zijn deze voorwaarden niet geborgd, dan is terughoudendheid op zijn plaats en kan het verstandiger zijn de rollen te scheiden.

Waarom kennis van procedures zo belangrijk is

Een ervaren vertrouwenspersoon kent de routes binnen een organisatie: hoe meld- en klachtenprocedures zijn ingericht, welke rol HR of leidinggevenden spelen, wanneer een klachtencommissie betrokken raakt en welke verplichtingen een werkgever heeft rondom sociale veiligheid en zorgvuldig onderzoek.

Een vertrouwenspersoon kan uitleggen welke stappen mogelijk zijn, welke verwachtingen realistisch zijn en waar de grenzen van een procedure liggen. Voor melders geeft dat vaak meer gevoel van regie en veiligheid. Voor beschuldigden kan het juist rust geven dat er iemand is die het proces begrijpt en kan uitleggen wat hen mogelijk te wachten staat, zonder direct een oordeel te geven over de inhoud van de melding.

De rol van ervaring: nabij kunnen zijn zonder partij te worden

Een vertrouwenspersoon probeert niet te bepalen wie gelijk heeft, maar blijft gericht op zorgvuldigheid en menselijke begeleiding binnen duidelijke grenzen. Dat betekent: luisteren zonder schuld of onschuld vast te stellen, de eigen rol helder toelichten, wat die rol wel is en wat niet, en voorkomen dat de vertrouwenspersoon juridisch adviseur of belangenbehartiger wordt. Daarbij is het belangrijk dat een vertrouwenspersoon de grenzen kent en doorverwijst zodra er specialistische hulp nodig is.

Dit vraagt om voortdurende zelfreflectie. Een professionele vertrouwenspersoon moet zich bewust blijven van eigen aannames, gevoelens en grenzen, juist in situaties waarin emoties en belangen kunnen oplopen. Deskundigheidsbevordering is daarom geen aanvulling op het werk, maar een essentieel onderdeel ervan.

Scholing, intervisie en supervisie helpen om scherp te blijven op rolzuiverheid, professioneel handelen en ethische afwegingen. Want vertrouwenswerk vraagt meer dan alleen betrokkenheid of empathie. De kern van het vak is nabij kunnen zijn, zonder partij te worden.

De rol voor organisaties

Voor organisaties is de vraag hoe de rol van de vertrouwenspersoon zo kan worden ingericht dat zowel veiligheid als zorgvuldigheid gewaarborgd blijven. Daarnaast rijst de vraag welke kennis en ervaring een professional moet hebben om een beschuldigde op passende wijze te kunnen ondersteunen.

De dubbele rol is ons inziens niet het probleem; bepalend zijn de voorwaarden waaronder deze wordt ingevuld. Daarbij gaat het niet om begeleiding binnen dezelfde casus, beschikt de professional over voldoende ervaring, opleiding en voortdurende bij- en nascholing, en kent deze de interne routes en procedures goed.

Tegelijkertijd is het goed voorstelbaar dat een organisatie ervoor kiest de rollen van elkaar te scheiden. Niet omdat een gecombineerde rol per definitie onwenselijk is, maar omdat het vertrouwen van medewerkers in de veiligheid, onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid van de ondersteuning essentieel is. Wanneer hierover twijfel kan ontstaan, kan een scheiding van rollen bijdragen aan het behoud van dat vertrouwen.

Door hierover vooraf duidelijke afspraken te maken, wordt onduidelijkheid voorkomen op het moment dat zich daadwerkelijk een melding voordoet. De inrichting van het vertrouwenswerk is daarmee geen organisatorische formaliteit, maar een wezenlijk onderdeel van sociale veiligheid en een zorgvuldige organisatiecultuur.

Bovenstaande artikel is als eerste gepubliceerd als LinkedIN Pulse via het profiel van Pien Hoogenboom. Bij het artikel op LinkedIN (opent in nieuw tablad) heb je de mogelijkheid om te discussiëren en vragen te stellen.

Meer artikelen over (en voor) de Vertrouwenspersoon lezen? Klik hier om naar de overzichtspagina te gaan.